Deze ochtend. Een wit sneeuwtapijt. Een idyllish plaatje met als keerzijde een hele hoop ellende. Niet perse voor mezelf, dan wel voor anderen
Na een tiental minuten kwam de bus eraan. Zacht en voorzichtig. Slechts een eerste vitesse. Na het opstappen, ritsen we mee de rij in. Stapvoets brengt de blikken 4-wieler ons tot aan onze bestemming. Het Station van Berchem. De effen wandelstrook aan de achteringang is afgezet en wordt zwaar bewaakt door de vrienden van Securail. Dan maar de trap. In de hal lees ik dat de IC trein naar Brussel-Charleroi 27 minuten vertraging heeft. Op zoek naar de dienstenregeling, groet ik mijn medecollega’s stiekem een goededag. De IR van 09.11 lijkt me een goed alternatief. Geen vertraging, hemels.
Op het perron aanschouw ik de verkeersdrukte, mijn blik op de mensen, niet wetende dat ik observeer. Een oude Ford Fiesta heeft moeite bij het vertrekken aan het licht, een oude man doet teken om in 2de vitesse te vertrekken. Wat verder op het zebrapad gaat een dame onderuit. Haar vriendin trekt haar overeind. Iets later blokkeert een bus van De Lijn het hele kruispunt. Miserie. Twee mannen van de NMBS holding ruimen de sneeuw op het perron. Ik kijk en geniet.
Met het overslaan van de klok arriveert de trein. Mijn trein. Een dubbeldekker. Maar dan een oude. Rood. Ik zoek mij een plaats en richt mijn pen voor dit schrijven.
Deze ochtend even langs het park gepasseerd met de vriendin. Een korte wandeling bij stralend weer. Uiteraard kon ik het niet laten enkele foto’s te schieten.



Deze middag samen met de vriendin richting St-Anneke gefietst. Nationale feestdag. Een vrije dag. Geen werk, wel genieten. Van het weer, het uitzicht, de sfeer én een ijsje.


Na een wandeling over de dijk van Sint-Anneke en een tripje over de steiger, leek het ons de gepaste moment om even tot rust te komen op het grasveld achter openluchtzwembad De Molen.

Op weg naar huis nog een korte tussenstop op de Groenplaats voor een heerlijke Mojito. Daarna even schuilen in het bushokje voor een grote regenbui waarna we huiswaarts keerden. ‘t Plezier zit hem vaak in die kleine, simpele dingen.
Het is een jongen! Jules! Vanaf vandaag mag ik me de trotse peter noemen van deze jonge kadee. Een schatje! Nogmaals proficiat gewenst aan Johan & Laila! Jullie worden vast en zeker fantastische ouders!



Dinsdag 31 maart. ’s Avonds. Trein van Brussel Centraal richting Antwerpen-Essen.
Beste reizigers, wegens een personenongeval te Duffel is deze trein beperkt tot het station Vilvoorde.
Net zoals alle andere treinen richting Antwerpen. Daar sta je dan, op het perron van Vilvoorde. Geblokkeerd. Vast. Bedankt NMBS! Uiteraard dat u niets kan doen aan het feit dat bepaalde individuen zich voor de trein gooien. Maar als reiziger had ik wel graag geweten hoe ik die avond thuis geraak!
Gelukkig dat er ook nog zoiets bestaat als De Lijn. Dan maar de bus richting Mechelen Station. Daar aangekomen nog net op een trein richting Antwerpen kunnen springen. Het treinverkeer had zich ondertussen reeds lichtjes hersteld, met grote vertraging uiteraard. We zijn niet anders gewoon, toch?
De komende week is het 5 dagen buiten’s huis werken, freelancen zeg maar. Dit bij het in Schaarbeek gevestigde postproductiehuisje Kilou.be. s’ Morgens neem ik de trein tot Brussel-Noord en ga te voet verder. Zodra ik het stationgebouw uitwandel, kom ik in de etallagewereld der publieke vrouwen terecht, het “red light district” te Brussel-Noord, de rosse buurt van Brussel-city, u allen bekend of minder bekend als de Aarschotstraat.

Half geblindeerd door de felle neon-lichtreclames en rode TL verlichting, zet ik mijn reis voort. De blik afgewend. Met snelle pas vooruit. Aangestaard door de dames achter glas. Niet af en toe, maar heel zelden, gun ik hen een blik, die slechts een enkele keer wordt beantwoord. Geacteerd. Onoprecht. Ach ja, ze doen ook maar hun werk.
De straat ligt er en beetje verslagen bij, enkele mensen die van en naar het station hollen. Een enkele keer hebben ze beet en stapt er iemand naar binnen. Daarna gaan de gordijnen dicht. Ik wandel vluchtig door.

‘s Avonds is het kermis. Auto’s rijden aan en af. Mannen groepen samen voor enkele uitstalramen en overleggen over hun keuze en smaak. De dames van plezier halen al hun troeven boven om er eentje aan de haak te slaan, en dat lukt hen ook. Ik stap in een trek door naar de statie. De blik af en toe aangewend, de mensen observerend, geboeid door hun drijfveren, dezelfde weg te bewandelen als ik, doch met een andere intentie.
Noot: de bovenstaande foto’s zijn uiteraard niet van mijn hand en ook niet representatief voor de Aarschotstraat te Brussel.
Net zoals vorig jaar, bracht ik de jaarwisseling ook dit jaar al werkend door als medewerker op Happy 2008. Samen met de zus stond ik in voor de verkoop van de jetons, niet de meest leuke functie, maar dit bleek achteraf heel goed mee te vallen.

Ons ‘kot’ stond gestationeerd in Hall 1. Dit jaar geen Drum&Bass maar Elektro, wat nog vrij goed te smaken viel. Voldoende leuke tracks om de muziekcollectie mee uit te breiden. Ook de jetons gingen als zoete broodjes over de toonbank. De sfeer en koopkracht zat er duidelijk in en van een financiële crisis was op sommige momenten echt geen sprake. De recordinzet aan m’n kassa klopte af op 165 euro (66 jetons).
Het werd een vermoeiende maar fijne avond. De vele nieuwjaarswensen -en groeten die ik van menig fuifganger ontving, werden geapprecieerd, waarvoor dank!
Helaas liep het voor velen iets minder goed af. Jammer!
De kerstperiode, 2 weken feest. Ik heb het geluk te mogen genieten van enkele vrije dagen daar de werkgever sluit tussen Kerst en nieuw. Een beetje vrije tijd om wat uit te rusten, lopende projecten eindelijk af te werken, vrienden, kennissen en familie te groeten, én te feesten.

Vandaag het laatste Kerstfeestje op rij. Wat zal ik mij weer te goed doen aan al dat lekkers! Daarna een paar dagen van rust en “werken” om er de 31ste december weer helemaal voor te gaan.
Noot: ‘t is hier een hele tijd stil geweest wegens m’n enorm drukke agenda. Laat dit ineens een goed voornemen zijn voor 2009: meer bloggen!
Naar de kapper gaan is zo een van die zaken die ik liever zou overslaan. Buiten het feit dat je er met een geknipte haarcoupe buitenkomt, lijkt het mij dik tijdverlies. Wat moet je anders? Twintig minuten naar je eigen hoofd liggen staren door die enorme spiegel, de mensen naast je observeren of een babbel slaan met de kapster van dienst? Het is een feit dat er menig levensverhaal wordt verteld in de kappersstoel, maar dat is echter niet aan mij besteed. Zo ook vandaag niet:
Kapster: “Geen school vandaag?
N: “School? Niet werken bedoelt u.”
Kapster: “Ah, afgestudeerd?”
N: “Ja, officieel sinds vorige week.”
Stilte…
Beste mevrouw de kapster, mijn oprechte excuses voor de stille momenten die u tijdens het knippen van mijn haar beleeft, het moet een hel zijn. Maar ik begin nu eenmaal niet spontaan mijn levensverhaal te vertellen.